Boomcontrole

visual tree assessment

VTA is een visueel boomonderzoek, de analyse en inventarisatie van zichtbare signalen dat begint van in de top van de boom tot beneden aan de stamvoet. Controle op vitaliteit, kroonstructuur, ziekten en plagen, beschadigingen, stabiliteit en breukgevoeligheid. Nadien word er advies gegeven.
Waar letten we op?
  • Geen zichtbare gebreken merkbaar, beperkt de VTA zich tot het stadium geen verhoogd risico, met om de 2 tot 6 jaar terug een boomonderzoek.
  • Zijn er vermoedelijke onzichtbare gebreken, gebaseerd op de uiterlijke signalen, gaan we verder met een diepgaand onderzoek en spreken we van een tijdelijk verhoogd risico, gaande tot een verhoogd risico.
    • Verdichting opmeten in de boomspiegel met penetrometer.
    • Grondstaal ontleden op structuur en tekorten.
    • De innerlijke toestand van de boom in beeld brengen dmv tomografie.

Voorbeelden van advies

  • Eventuele snoeiwerken (dood- en ziek hout, probleemtakken)
  • Kroonverankering (ondersteunen van mechanische belasting)
  • Bijkomende bemesting (tekorten aanvullen)
  • Beluchting, drainage of irrigatie
  • Verwijderen Plagen

Kan het verhoogd risico niet worden opgegeven door de adviserende maatregelen, dan kunnen we eventueel overgaan tot een velling.

Standplaatsproblemen & oplossingen

  • De waterhuishouding: draineren of bewatering
  • Te weinig plaats voor beworteling: wortelzone vergroten
  • Vervuiling op bouwwerven: preventie en afvoer van contaminatie
  • Te weinig voeding: bemesting door injectie of grondboring
  • Bodemverdichting: preventie en ploffen of grondboring

Na het oplossen van deze problemen, ziet men gewoonlijk al na 2 groeiseizoenen een significant verschil.

Schadebepaling

Waarom?

  • Voor het vaststellen van een eis tot schadevergoeding bij schade aan bomen
  • Voor het vaststellen van een premie voor de verzekering van een boom tegen schade
  • Voor het opmaken van de inventariswaarde van een bomenstad of een groene ruimte met bomen

Wanneer?

  • Beschadiging door aanleg van nutsvoorzieningen (kabels, buizen): kroon-stam-en wortelschade
  • Een verkeersongeval met schade aan bomen: bv. stambeschadiging
  • Clandestien rooien van de bomen: totale vernieling
  • Strooizout, herbiciden, gaslekken etc…: conditieverlies
  • Vandalisme aan bomen: oppervlakkige stamschade

Totale vernieling

Hierbij zal men nagaan of de vernielde boom kan worden vervangen of niet. Bij een jonge boom bepaalt men de schadevergoeding zodanig dat de boom kan worden vervangen door een nieuw identiek exemplaar. Bij oudere bomen zal de berekening volgens de “uniforme methode” als schade vergoeding worden voorgesteld.

Gedeeltelijke beschadiging

Bij gedeeltelijke beschadigde bomen, wordt volgens de omvang van de schade een percentage van de boomwaarde als schadevergoeding aangerekend.

De uniforme methode

Sinds 1979 wordt de Uniforme Methode voor Waardebepaling van straat-, laan- en parkbomen behorend tot het openbaar domein in Vlaanderen algemeen gebruikt door openbare besturen voor de berekening van o.a. schadevergoedingen voor vernielde bomen. In 1996 werd de Uniforme Methode gepubliceerd door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Ondertussen wordt de Uniforme Methode algemeen aanvaard door Rechtbanken en Verzekeringsmaatschappijen als een objectieve en aanvaardbare berekeningswijze voor straatbomen, parkbomen en bomen in tuinen en groenzones. De waarde van een boom wordt berekend aan de hand van 5 factoren: de basiswaarde (B), de soortwaarde (S), de standplaatswaarde (St), de conditiewaarde (C) en de plantwijzewaarde (P).

De waarde (W) van een boom (in EUR) = B x S x St x C x P
Basiswaarde (B)
De Basiswaarde wordt berekend door de oppervlakte (cm2) van de stamdoorsnede op 130 cm boven het maaiveld te vermenigvuldigen met de eenheidsprijs (E).

Eenheidsprijs (E)
De eenheidsprijs is een indexcijfer (EUR/cm2) dat jaarlijks herberekend wordt aan de hand van de kwekerijprijzen van een vijftal Vlaamse boomkwekerijen. Voor 2017 werd de eenheidsprijs vastgesteld op 5,43 EUR/cm2.

Soortwaarde (S)
De soortwaarde is een coëfficiënt die verschilt van boomsoort tot boomsoort. Soorten die in de boomkwekerij duur zijn hebben een hogere soortwaarde dan soorten die lager geprijsd zijn.

Standplaatswaarde (St)
De waarde van een straat- en parkboom is groter voor bomen die aangeplant zijn in een stadscentrum (zeldzamer, moeilijker groeivoorwaarden) dan voor bomen die in het landelijk gebied groeien. De standplaatswaarde varieert van 1 (stadscentrum) tot 0,6 (ruraal gebied).

Conditiewaarde (C)
De conditiewaarde van een boom is een coëfficiënt die iets vertelt over de gezondheidstoestand (vitaliteit, conditie) en de levensverwachting van een boom. Een dode boom heeft een conditiewaarde nul. Een kerngezonde boom met zeer hoge levensverwachting heeft een conditiewaarde 1.

Plantwijzewaarde (P)
De plantwijzewaarde zegt iets over de manier waarom de boom aangeplant is. Een solitaire boom heeft een plantwijzewaarde 1, een rijboom (dreef) heeft als plantwijzewaarde 0,8.